immigration-refer Tom Janssen

‘‘Het referendum introduceert ‘directe democratie,’ zonder de ‘vertegenwoordigende democratie’ meteen op de schroothoop te gooien. Zwitserland kent door de vier referenda per jaar een mengvorm van representatieve en directe democratie. Die richting moeten wij ook op!
Het referendum kan als breekijzer dienen om de oligarchische establishments die nu overal in de EU op het pluche gekleefd en vastgekoekt zitten, geleidelijk aan te vervangen door echte, effectieve en functionele politici die inderdaad een elite uitmaken,’ meent Ilham terwijl ze met de krant zwaait, ‘want we moeten echt naar een werkende democratie toe.’

Ze leest voor: ‘ „De democratische malaise in Europa valt niet te ontkennen. Als je de burger niet meer tussentijdse inspraak geeft, kunnen populisten bij verkiezingen de macht grijpen en de koers van het land volledig bepalen. De tijd dat de elites hun gang konden gaan is voorbij”, luidt de waarschuwing van Kriesi. [ einde citaat] Precies wat wij vinden. Kriesi spreekt over elites en wij zeggen establishments en oligarchieën. Die moeten nodig weer elites worden, bekwame en vaardige politici, geen showpipo’s met een gladde bek, geen marskramers en standwerkers die slangenolie verkopen.’

‘Referenda, logisch,’ valt Marieke bij, ‘daar hoef je niet voor doorgeleerd te hebben, al heeft meneer Hanspeter Kriesi dat toevallig wel. Logisch, want net wat Kriesi zegt: “Referenda dwingen de regering dicht bij de wil van het volk te blijven.” Dat is exact de functie van referenda: politici bij de les houden. Niet eens in de vier jaar met gladde praatjes bij de neus genomen kunnen worden, maar zoals de Zwitsers, drie tot viermaal per jaar je kunnen uitspreken over belangrijke onderwerpen middels referenda. Dan moeten de pluchekonijnen zich wel aan hun beloftes houden en kunnen ze veel minder makkelijk meanderen, op avontuur gaan of politiek platte karren door stegen en krochten forceren, want dat is ellende op ellende stapelen. Na vier jaar is de massa het allemaal vergeten en komen de Rijksreclamemakers en freelance Volksverlakkers met nieuwe praatjes voor de vaak en begint de narigheid van voren af aan. Dat schiet niet op.’

‘Het huidige slag beroeps- en carrièrepolitici kan gewoon niet zonder tussenrapporten,’ bromt Sies, ‘ook om henzelf eraan te herinneren waarom het ook alweer ging. Die lui gaan allengs in hun eigen luchtfietserij geloven. Dan brengt een referendum – mits goed georganiseerd en uitgevoerd – ze weer met beide benen op de grond. Daar zijn referenda voor bedoeld.’

‘Referenda helpen de grote lijn vast houden,’ zegt Ilham, ‘want nu kunnen de kaasstolpers tussentijds met allerlei improvisatietjes komen en dat moet niet. Kriesi zegt terecht: “Een referendumcultuur moet groeien” en „Referenda vinden in Zwitserland altijd plaats in de schaduw van het debat onder de elite van politieke partijen, belangengroepen en de media.” Referenda dwingen het establishment tot debat met de kiezer en dat maakt dat alle partijen steeds weer hun doelstellingen expliciet moeten maken en opnieuw formuleren.’

Vadot Laten we Europa redden_2

‘Er moeten geen lieden op het pluche en achter knoppen komen louter vanwege hun partij-connecties en – relaties,’ zegt Marieke, ’lieden die geen enkele voeling hebben met de mensen die ze formeel heten te vertegenwoordigen, maar die ze enkel gebruiken als legitimatie om hun eigen hobby’s te kunnen uitleven. Natuurlijk zijn juist die pipo’s niet erg happig op het referendumsysteem.’

Sies: ‘Dat zegt Kriesi: „Die twijfels over het referendumsysteem leven alleen bij kleine delen van de elite, die totaal anders denken dan het merendeel van de bevolking. Er is in Zwitserland geen andere institutie die zo veel legitimiteit heeft als de directe democratie.” Je moet gewoon beginnen met referenda en er een goede gewoonte van maken.
Degenen die belang hebben bij dit systeem van volksverlakkerij staan niet te springen om een paar keer per jaar een tussenrapport te krijgen over hun presteren, en toch is dat de enige weg die dit rammelende systeem dat nominaal nog representatieve democratie heet – maar dat al lang niet meer is – enigszins geloofwaardig te laten voortbestaan.’

‘De methode Van Reybrouck zal menigeen nog te beangstigend vinden,’ grinnikt Ilham, ‘maar eigenlijk is dat wel de enige echte manier om iedereen bij de gang van zaken te betrekken. Misschien dat dat later ooit nog aan de orde komt. Wellicht kunnen we er tegen die tijd per referendum over beslissen, of we (gedeeltelijke) loting willen. Het thema referendum moet echter urgent geagendeerd worden.’

‘Chapeau voor de NRC,’ zegt Marieke, ‘dat doen ze toch goed. Vlak na elkaar twee belangrijke thema’s agenderen: eerst die onzalige AOW-uitkeringen van joodse Nederlanders of Nederlandse joden – or whatever – in de bezette Palestijnse gebieden en nu het referendum bij de kop gepakt. Goed gedaan NRC!’

HEAR, HEAR!

Dat artikel van Mark Kranenburg, op dezelfde pagina, is ook lezenswaard: ‘Nexit-stemming kan via omweg’. Voor de toekomst misschien. Want we staan niet echt te springen om meteen en subiet een referendum over een Nexit op touw te zetten. Zeker niet in handen van zulke clowns als die welke het raadgevend Oekraïne referendum beduimelden en verfomfaaiden. Referenda zijn serieuze instrumenten. Dus, eerst maar ervaring opdoen met het instrument referendum, je vertrouwd maken met het instrument, zoals de Zwitsers hebben gedaan, dan komt de rest vanzelf.

Times of India

 

Wilmer Heck – NRC za. 9 juli 2016 – http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/07/09/referenda-vergroten-het-vertrouwen-3139083

Mark Kranenburg – NRC za. 9 juli 2016 – http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/07/09/nexit-stemming-kan-via-omweg-3166876

David Van Reybrouck – De Correspondent 11 dec. 2013 – https://decorrespondent.nl/481/Tien-redenen-waarom-loting-weer-ingevoerd-moet-worden/48079317-ead2fba0

David Van Reybrouck – Trouw 6 okt 2013 – http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/3522206/2013/10/06/Loten-is-democratischer-dan-stemmen.dhtml

Jan Willem Sap (2003): ‘Referenda passen binnen christen- democratische traditie’ in Christen democratische verkenningen / winter 2003 / in pdf neer te laden van internet

 

oorspronkelijk gepost op Work in Progress door Jerry Mager, juli 2016

 

 

 

 

Advertisements

bateson“In competition for prestige it seems only sensible to try to perfect our image rather than ourselves. That seems the most economical direct way to produce the desired result. Accustomed to live in a world of pseudo-events, celebrities, dissolving forms, and shadowy but overshadowing images, we mistake our shadows for ourselves. To us they seem more real than the reality. We no longer even recognize that our technique is indirect, that we have committed ourselves to managing shadows. We live in a world of our making. Can we conjure others to live there too? We love the image, and believe it. But will they?”
Daniel Boorstin (1962:250): The Image

Ik vrees dat ik de weddenschap over de komende PvdA Ledenraad morgen 11 april 2015 ga verliezen, “zucht Ilham, “dat wordt dan tien spekkoeken kopen. Gelukkig dat er drie medeverliezers zullen zijn. Dat wordt dan twee de man.” 150116_pvda_congres_kln_w714_h714

“Je gaat gegarandeerd het schip in,” grinnikt Maarten, “denk erom dat het grote spekkoeken moeten zijn, geen mini’s! Jammie, ik ben dol op spekkoek. Die Samsom zal misschien nog net niet tot erelid voor het leven worden benoemd, maar de PvdA-kudde zal zich opnieuw blindelings achter de partijlijn en de huidige leiding opstellen. Mensen veranderen nou eenmaal niet zo snel.”

“In oktober 2009 stemde de Politieke Ledenraad van de PvdA nota bene klappend en juichend in met de verhoging van de AOW-leeftijd, ‘zonder een flauw benul te hebben van wat er in breder verband op het spel staat, ‘ schrijft Paul Kalma op bladzijde 32 van ‘Makke schapen.‘ Hij is niet alleen verbijsterd, maar die emotie wordt gevolgd door medelijden: ‘Hoe ver kun je gaan? Een nederlaag als een overwinning verkopen, zonder ook maar één concessie te hebben binnengehaald.‘ Enfin, ik lees ‘Makke schapen’ in één ruk uit. Dit boek moet verplichte lectuur zijn voor alle PvdA-kader- en bestuursleden. Het heeft enkel gewonnen aan actualiteit!”

“Je bent al twee dagen bijna continu in dat boek aan het lezen.” Harco schuift aan. “Inderdaad, het zou verplichte stof moeten zijn voor PvdA’ers. Het gênante PvdA-optreden met betrekking tot die slarisverhogingen van de ABN Amro managers en de daarmee samenhangende vraag over de status van de bank, staat er in feite al in aangekondigde, zie o.a. bladzijde 205.”

“Eigenlijk dolkomisch. Dijsselbloem en Asscher blaffen zich schor en beweren in feite dat ze het niet leuk vinden met deze neoliberale coalitiepartner samen te werken – en dan, die bankiers pakken hun salarisverhoging straks tóch, want dat staat gewoon in de wet – terwijl VVD-voorman Rutte doodleuk zegt dat de ABN einde dit jaar naar de beurs gaat. Rutte zegt: jochies van de PvdA, je kunt schreeuwen als een mager varken, maar ik ben de baas en bepaal wat er gebeurt. Hilarisch.”

Ilham: “Vergeet de rol van CDA’er De Jager hierbij niet. De PvdA’ers hebben daar geen woord aan besteed. Dijsselbloem had de ogen vroom ten hemel moeten slaan en met devoot gevouwen handen in alle media moeten uitventen dat hij de ABN-directeuren had gesmeekt om permanent af te zien van deze salarisverhoging en de wet van De Jager – zo moet je die noemen: de wet van De Jager – terug te helpen draaien, maar de directeuren waren verhard en stonden er op dat ze hun ponden vlees zouden krijgen.” Ze zucht, “dat is deze PvdA’ers niet gegeven. Kalma beschrijft die onderdanige halfzachte mentaliteit van de partij in Hoofdstuk 5 (‘Met de stroom mee: de PvdA 1981 – 2001’) trouwens uitgebreid.”

“Ben je alleen door Kalma overtuigd geraakt dat je gaat verliezen?”

“Eerlijk gezegd, twijfelde ik al vanwege de houding van de leden op het laatste PvdA-congres. Samsom kreeg een staande ovatie, terwijl je verwachtte dat hij met eieren en rot fruit bekogeld zou worden. Maar, dacht ik, nu zal het toch anders lopen. De Jonge Socialisten roeren zich immers. Toen las ik die ironische passage van Willem Trommel, op bladzijde 109 van ‘Omstreden vrijheid’ en toen wist ik het wel zeker. Ze zullen zich opnieuw als makke schapen gedragen. Trommel: ‘Op een partijcongres in 2013 werd de nieuwe koers met een heuse resolutie omarmd, waarna de partij overging tot de orde van de dag. Samen met de coalitiepartner VVD doorwerken aan een neoliberaal regeerakkoord.’ Tja, boter aan de galg gesmeerd. Ze draven gewoon als lemmingen het ravijn tegemoet.”

“Wat moeten ze anders?” vraagt Harco. “Ze hebben toch geen echt alternatief scenario, ze zijn toch met huid en haar verkocht door die Samsom, aan de VVD? Maar, jij had iets over onderwijs en Rinnooy Kan, zei je vanmorgen ….””

Ilham: “Dat is waar. Is las die tekst van Rinnooy in de laatste Groene Amsterdammer en het viel me op dat hij vanuit dezelfde grondtoon als Kalma spreekt: het algemeen belang uiteindelijk gaat voor. Ideologische benepenheden en bigotterie moeten we terzijde schuiven. Zeker wanneer het over onze kinderen gaat.”

Maarten gaat verzitten: “Rinnooy is een D66’er van de generatie Jan Terlouw en eerder. Dus absoluut niet het allooi van de huidige Pechtoldclub. Mijn grootmoeder vertelde dat ze een keer of wat op Terlouw had gestemd, hoewel ze van huis uit Anti Revolutionair (ARP) was en ze het lang niet helemaal eens was met het D66-programma. Ze stemde op Terlouw omdat ze de man vertrouwde, en ze geloofde heilig dat hij bepaalde grenzen nooit zou overschrijden indien dat ten koste van het algemeen belang zou gaan. Dat soort politici dus. Die zijn inmiddels uitgestorven. Overigens is Jan Terlouw een domineeszoon, dus dat zal mijn AR-grootmoeder subliminaal ook wel hebben aangevoeld
Mijn ouders stemmen al lang niet meer. Ik ook niet zoals je weet.”

“Ik heb met stijgend afgrijzen dat stuk van Bram Mellink gelezen in ‘Omstreden vrijheid’,” roept Maarten. “De gristen fundi’s en de pré-neoliberalen die de middenschool van Jos van Kemenade torpedeerden met ogenschijnlijk vrome argumenten! Neelie Kroes!” Hij blaast en wappert met de rechterhand. “Oeijoei, wat een uniek fenomeen is die vrouw. Haar laatste stunt met die Paarlberg …. Eerst ligt ze knus met de ladenlichter in bed en dan, als ‘ie wordt ontmaskerd, pffft, … weg naar Brussel en meteen hoog in de boom. Heb je gelezen wat Mellink over haar rol vertelt?”

“Enig tijd terug hoorde ik enkele personen praten over publieke vrouwen,” zegt Harco grijnzend, “dat zijn dus vrouwen met publieke functies, begrijp me goed. Mevrouw Kroes, “ hij barst in schaterlachen uit, “ontbreekt het niet aan zelfkennis, want toen ze minister van milieu was, vertelde ze in Frankrijk trots dat ze ‘Ministre du Milieu’ was, niet wetende dat ‘milieu’ in het Frans ‘de onderwereld, de penoze’ betekent. Lachûh met die mevrouw Kroes! Arme, arme Bram Peper! De PvdA laat zich werkelijk in alle standen nemen door de VVD.”

Maarten: “Weet je wat ik intussen denk!? De VVD en de bevindelijken wíllen gewoon geen emancipatie voor de als dubbeltjes geboren medelanders. Die moeten helemaal geen kwartjes willen worden. De VVD is daar tegen, omdat ze geen mondige arbeidskrachten en werknemers wil. Laaggeschoolde arbeiders zijn goedkoop en als je ze dom houdt zijn ze dociel ook nog. De gristenfundamentalisten willen geen gelijke kansen, omdat ze in de predestinatieleer geloven. Dat zal je ze natuurlijk nooit hardop horen zeggen, maar ik ben ervan overtuigd dat die houdingen aan de basis van hun permanente sabotage liggen. Dat wil overigens niet zeggen dat ik geloof dat die school die Van Kemenade voor ogen stond ideaal was, of misschien zelfs te verwezenlijken in die mate als hem voor ogen stond, maar de opstelling van die andere partijen en dan de argumenten ….. hemeltjelief zeg! Ik kijk nu met heel andere ogen naar de onderwijsdiscussie.” Kemenade-Deetman

Ilham: “Waar ik en nog een paar van onze groep vooral bang voor zijn is dat die middenschool van Rosenmöller, die Rinnooy ook aanhaalt in zijn tekst, een valkuil zal worden. Dat die tot een zelfde soort moeras zal worden getransformeerd als het concept van de middenschool van Kemenade, al dan niet moedwillig, dat laat ik in het midden. Maar Rinnooy vermeldt wel twee belangrijke punten die werkelijk tot gelijke kansen zouden kunnen leiden: 1) vroeger naar een uitstekende peuter-/kleuterschool, bijvoorbeeld vanaf het derde jaar, zodat taalachterstand maximaal gecompenseerd kan worden, nooit helemaal natuurlijk, maar niets is volmaakt en 2) later splitsen in het VO, dus niet meer op twaalfjarige leeftijd de Citotoets als selectiemiddel.
Het nettoresultaat van vroeg aan het begin en laat in het midden betekent verlenging van het samen onderwijzen van kansarme en kansrijke kinderen: ze blijven langer bij elkaar en de ‘minder getalenteerden’ (de term is van Rinnooy, ik heb het liever over de minder-bevoorrechten-van-huis-uit) zouden zich aan de bevoorrechten kunnen optrekken, zonder dat dat de bevoorrechten erg veel nadeel zou berokkenen. Misschien een klein beetje, laat ik eerlijk zijn, maar dat zou – indien het al zou gebeuren, wat ik bijna niet geloof, ik denk dat het juist positief werkt, omdat ze leren dat we niet allemaal met een zilveren lepel in de mond worden geboren – het ‘ offer’ waard zijn.

En dan natuurlijk de leraar. Daar staat en valt alles mee. Rinnooy haalt Finland al voorbeeld aan. Zo was het in Nederland vroeger ook: de leraar had aanzien en gezag, niet eens een buitensporig hoog salaris. Dat is intussen helemaal uitgehold en geërodeerd. Op onderwijsinstellingen werken leraren in koekjesfabrieken.”

Harco: “Hear, hear! Ik weet zeker dat de bevoorrechten zo’n groot extra meekrijgen dat ze absoluut geen nadeel zullen ondervinden van het langer blootgesteld zijn aan de omgang met de minder-bevoorrechten. Integendeel. Precies wat jij zegt, ze kunnen er alleen maar nog beter van worden. Maar waar ligt volgens jou de valkuil?”

“Nou, dat die brede middenschool – de naam doet er even niet toe – de ongelijkheid in gecamoufleerde vorm zal bestendigen en als het niet heel erg goed wordt aangepakt, misschien zelfs verergeren. Het klinkt sympathiek nietwaar: als je goed bent in wiskunde doe je dat vak op vwo-niveau. Minder goed in geschiedenis dan doe je geschiedenis op havo-niveau en Nederlands op vmbo-niveau. Je blijft nooit zitten. Maar dan. Iedereen krijgt een einddiploma van dezelfde onderwijsinstelling, alleen heeft de een alle vakken op vwo-niveau gehaald, met een 9 voor wiskunde, een 7 voor geschiedenis en een 6 voor Nederlands. De ander heeft bijna alles op vmbo-niveau gedaan met achten voor ieder vak en een vak op havo-niveau waarvoor ze een 6- scoorde. Geen van beiden is blijven zitten, maar hebben ze een gelijkwaardig diploma? Natuurlijk niet!”

“Helemaal waar. De vraag is zelfs of ze wel met elkaar in contact kwamen, zelfs als ze in dezelfde mega-leerfabriek les krijgen. En van welke docenten krijgt de vmbo-leerling les en van wie de vwo’er? Zijn alle docenten even hoog gekwalificeerd, of wordt hier ook weer de kans op (verkapte) bezuiniging geboden?

Maarten: “Kan en mag een vmbo-docent op vwo-niveau lesgeven en een vwo-docent op havo of vmbo-niveau? Ik kan nog veel meer varianten op dit thema bedenken. De fout die ook Rinnooy kan maakt, is dat hij onderwijs context-vrij beschouwt, alsof er geen mensen aan te pas komen, ieder mens met haar eigen individuele geschiedenis en bagage. Zowel de leerling als de docent.”

Ilham: “Rinnooy ziet dat volgens mij ook, maar hij is te goeder trouw en gaat er van uit dat iedereen dat ook is – tenminste, als het over het bieden van gelijke kansen aan kinderen gaat. Hij heeft het over de risico’s van informele ongelijkheid op zo’n brede middenschool, tegenover de huidige formele ongelijkheid van de diverse huidige schooltypen.
Als ik denk aan die artikelen van Gregory Bateson c.s. over het van meet af eerlijk tegen een kind zeggen dat het niet al te veel waard is, tegenover het huichelen dat het alles kan terwijl het kind weet dat je huichelt, en de psychische gevolgen van dat laatste.” Ze huivert zichtbaar. “Dat is uiterst gevoelig en zeer precair, dus er moet terdege over worden nagedacht en er moeten deugdelijke vangrails worden ingebouwd. Geen geëxperimenteer met kinderen. Dat is al meer dan genoeg gebeurd.” rd_pvda_en_integratie_011214

Harco: “Dit vind ik trouwens vergelijkbaar met dat empowerment van de burger, waar Kalma het ook over heeft. Zie bijvoorbeeld ‘De ideologie van de eigen verantwoordelijkheid’ op bladzijde 86 – 90 in ‘Makke schapen,’ naast de passage over burgerinitiatief van Richard Sennett op bladzijde 136 en de paragraaf over ‘maatschappelijk en publiek initiatief’ op bladzijde 203 – 205. Sandra had het onlangs over die wethouder, mevrouw Damen meen ik, die beleid aan het uitrollen is waarbij de burger taken krijgt toebedeeld of zelfs opgedragen. Die wethouder kan met een zwierig gebaar naar passages in Kalma wijzen en zeggen: dat doen we dus. Allemaal goed en wel, maar waar houdt empowerment van de burger op en begint de tactiek van kieper-maar-over-de-schutting door de overheid.
IKEA of werkelijk en authentiek zelfredzaam en zelfbewust? Wat is het verschil tussen een bestuurderspartij en een politiek uitzendbureau voor managers? Ik denk toch vooral dat het aankomt op: de goede trouw en de integriteit van de bestuurders-politici, want alles laat zich manipuleren en verdraaien.
Nu gonst het in de media weer over het decentraliseren van de belastingheffing. Ik kan de spin doctors en woordkramers bijna fysiek in en door de teksten heen zien. Het journaille neemt het meeste klakkeloos over, want zij zijn immers slechts doorgeefluik, objectief, neutraal en zonder eigen mening of duiding.”

Maarten heeft ‘Makke schapen’ opgepakt en bladert: “Kalma heeft het over ‘De lege onderneming’ op bladzijde 83 – 86. Wel, ik vind dat verhaal net zo van toepassing op de huidige politieke partijen. Dat zijn ook lege bv’s. Zonder goed verhaal en enkel met een business plan voor de korte termijn winst. Politici laten zich heel goed vergelijken met de ceo-zzp’ers van Kalma, die zonder veel kennis van zaken komen aanvliegen, hun rollen spelen en vervullen tegen een bovenmodale gage – een Kamerlid verdient ruim 100.000 euro per jaar en schnabbelt daar naast meestal nog flink bij. Ze zeggen hun teksten en vliegen vervolgens met zakken geld weg naar de volgende uitdaging, de volgende lucratieve job en naar een nog riantere plek aan de Ruif. Loyaliteit aan de partij als institutie, niente, nada. Die bankiers van de ABN zijn alleen het recentste voorbeeld in een nominaal andere sector, maar er is voor mij weinig verschil meer.”

Ilham: “Nogmaals: Kalma’s boek moet voor ieder PvdA’er verplichte kost zijn. Morgenavond of zondag zullen we weten wie de spekkoek betalen moet.”

 

Work in Progress

===== ===== =====

Paul Kalmahttp://wbs.nl/publicaties/boek/makke-schapen-over-volgzame-burgers-en-vluchtige-politiek

Rene Cuperus & Menno Hurenkamp (redactie) – http://wbs.nl/nieuws-agenda/agenda/omstreden-vrijheid

Alexander Rinnooy Kan:

http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/persberichten/Kohnstammlezing-2015.htm#.VSOSS2YpPtY

http://www.groene.nl/artikel/net-niet-op-de-eerste-rij

http://didactiefonline.nl/agenda/41-nieuws/12320-rinnooy-kan-middenschool-zorgt-voor-eerlijker-systeem

 

Daniel J. Boorstin (1962): The Image / Penguin Books

Don Jackson (redactie) (1975/1968): Communicatie, gezin en huwelijk. Een verzameling artikelen van o.a. Gregory Batseson, Jay Haley en John Weakland / Amsterdam: Bert Bakker / ISBN: 90 60 19 411 x (pbk)

 

(Dit bericht stond 10 april 2015 op nelpuntnl.nl)

Meer blauw in het lab niet de oplossing
Politie-aanpak voor onderzoekers is nefast

door cultureel antropoloog Rik Pinxten
in De Standaard van woensdag 24 april 2013

‘Zullen extra controles op wetenschappers het probleem oplossen, of slechts onderdrukken?’

Er duiken steeds vaker gevallen van wetenschappelijke fraude op, en dus willen de rectoren de controle op de data opvoeren. Logisch, toch? Volgens Rik Pinxten is dat de verkeerde aanpak: op die manier wordt de wetenschap nog wat meer onderhevig aan de economische logica.

Het is stilaan bekend dat bepaalde wetenschappers ‘frauderen’ met onderzoeksresultaten. De Nederlander Diederik Stapel werd in een recent nummer van het gezaghebbende blad Science nog vermeld als internationaal voorbeeld. De man bouwde een reusachtige reputatie op als excellent onderzoeker, met een indrukwekkende ‘output’ van wetenschappelijke artikels in toptijdschriften. Tot bleek dat een goed deel (55 van de 137 artikels) frauduleus is. Het ging daarbij over werk in de sociale psychologie, en als zodanig niet echt met onontwijkbare impact op de gehele maatschappij.

Maar onlangs was er het geval van de Amerikaanse economen Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart, twee eminente onderzoekers aan de prestigieuze Harvard-universiteit. Hun analyses waren de ‘stenen tafelen’ voor de neoliberale economische politiek van ‘besparen, afslanken, besparen’ in nagenoeg het gehele Westen. Hun werk werd als onbetwijfelbaar en dwingend voorgesteld door Duitse, Amerikaanse en Engelse politici de voorbije jaren – en we weten intussen allemaal wat de impact daarvan was en is op de verarmingspolitiek in Zuid-Europa of Ierland. Maar plots bleek dat de eminente wetenschappers fouten en/of onnauwkeurigheden in berekeningen van hun ‘stenen tafelen’ hebben staan. De impact van dit soort al dan niet opzettelijke of minstens twijfelachtige onjuistheden op miljoenen mensen is bijzonder groot: hele landen werden op basis van die ‘waarheden’ voor de volgende generatie naar een lager welvaartsniveau gedwongen. Een nauwkeurige (her)berekening had dit kunnen voorkomen, luidt het.

De illusie van de camera
Vermoedelijk als gevolg van dergelijke soorten van fouten, fraude en onnauwkeurigheden hebben de Vlaamse rectoren nu beslist (DS 23 april) om van de onderzoekers de ‘ruwe gegevens’ van onderzoek ter beschikking te stellen van… Ja, van wie of wat eigenlijk? Ik begrijp de rectoren, uiteraard. Er is een ernstig probleem. Maar ik begrijp niet dat zij denken dat de oplossing ligt in meer controle op de onderzoekers. Of, vrij naar een populistische slogan: meer blauw in de onderzoekscentra. De rectoren kiezen dus voor de politie-aanpak: het zijn de onderzoekers die slechte intenties hebben, en als we die ‘misdadigers’ kunnen opsporen, dan wordt het probleem opgelost en leven we opnieuw in een veilige wereld. Onwillekeurig doet dit denken aan de trend om overal camera’s te plaatsen en ervan uit te gaan dat de maatschappij zo veiliger wordt. Maar de vraag is natuurlijk altijd of het probleem opgelost wordt, of slechts onderdrukt. Het wordt inderdaad lastiger om misdaden te plegen, want de pakkans verhoogt, maar wordt daarmee een probleem echt opgelost? Is het verlies aan vrijheid een bonus, of gaat die ten koste van de kwaliteit van leven (en denken)? Moet die controle niet voortdurend verscherpt worden? Criminelen vinden immers steeds een nieuwe weg, waarop politie dan weer meer moet investeren om enigszins mee te kunnen. Dat is dus niet de manier om een leefbare maatschappij te creëren, waar vertrouwen en eerlijkheid de basiswaarden zijn.

Onze rectoren gaan mee met de repressieve logica, en passen hem toe in een domein waar kritiek en zelfkritiek basiswaarden waren (en nog gedeeltelijk zijn). Ook zij kiezen voor het wantrouwen als uitgangspunt: de onderzoeker wordt als een potentiële bedrieger of valsspeler gezien.
Maar de vraag waarom er misschien meer valsspelers zouden zijn dan in het verleden, neen, die wordt niet gesteld. Nochtans hebben eminente onderzoekers wereldwijd er al op gewezen: de vermarkting, en daarmee de extreme competitiedwang als hoofdwaarden hebben de onderzoekstraditie aangetast. In plaats van het plezier van het zoeken als intellectueel hoogste waarde is de prestatie-in-competitie gekomen, waar je moet zien het te halen tegen je concurrenten. Daar komen de andere markt-trucs als vanzelf ook in het vizier: nepproducten maken, je marktwaarde hoog houden.

Ondergeschikt aan economie
Door daar alleen maar ‘meer blauw’ tegenover te stellen, lost men jammer genoeg niets op. De oprechte onderzoekers worden nu ook als potentiële valsspelers gebrandmerkt in de ogen van een breed publiek en de fraudeurs zullen alleen maar sluwer worden. Jammer dat onze beleidsmensen de kans laten liggen om een diepe dialoog over de aard van het onderzoek aan te zetten met de onderzoekers. Neen, het onderzoek wordt met deze maatregel nog meer ondergeschikt gemaakt aan de economie, en verliest zo weer een stuk van de zo belangrijke vrije onderzoekswaarde.

REACTIES – discussie

Op 24 april 2013, zei Jerry Mager:

De oorzaak is bekend, erosie van intrinsieke waarde en beloning, gesubstitueerd door externe remuneratie: “ In plaats van het plezier van het zoeken als intellectueel hoogste waarde is de prestatie-in-competitie gekomen”. Alles is en wordt gecommodificeerd. Vooral bij die zaken waaraan commodificatie WEZENSvreemd is, gaat het dan verschrikkelijk mis. Je hoeft geen Einstein te zijn om dat te snappen. Het is aangetoond met gedegen onderzoek. Onderwijs , Zorg, het Recht op drinkwater, maar ook de “unificatie van Europa” worden langs de monetaire meetlat gelegd en dan moét het dús gesmeerd marcheren. Quod non. We weten dat het contrair werkt, maar blijven het verkeerde toch voortdoen. Curieus, maar een evidentie van de eerste orde en vooral dringende orde. Managers, ja, die dus, menen alleen afgerekend te mogen en moeten worden op monetaire kwantiteiten. Ook als die helemaal nergens voor staan en nergens op slaan. Hun instrumenten: geld en controle-met-straf. Primitief, en het werkt niet.

Op 24 april 2013 omstreeks 08:26, zei Gust Adriaensen:
De heer Pinxten laat uitschijnen dat onderzoeksfraude niet zo erg is als onderwerp en resultaat ‘niet echt een onontwijkbare impact op de hele maatschappij’ hebben. Zoals, aldus Pinxten, de sociale psychologie. En misschien hoort ook wel de antropologie in die categorie thuis. Andere koek is natuurlijk, nog volgens Pinxten, wanneer het (frauduleuze) onderzoek, de economie betreft. Dat is natuurlijk een zeer discutabele en voor elke intellectueel en onderzoeker met enig zelfrespect, onacceptabele waardebeoordeling. Bovendien holt Pinxten op die manier zijn eigen bekommernis om het vrije, onafhankelijke onderzoek dat ‘niet ondergeschikt gemaakt wordt aan de economie’, uit.

Op 24 april 2013 omstreeks 13:51, zei Jerry Mager:

@ Gust, inderdaad, zo kun je Pinxten ook lezen. Hij lijkt in de val van de “prijs van fraude” te trappen, terwijl fraude natuurlijk fraude is. Hoezo, een beetje zwanger? Wat ik totnogtoe mis, ook bij mezelf want het lijkt zo vanzelfsprekend, is de vertrouwensrelatie docent-student. Veel van mijn professors kwamen op ons kot voor dispuutsavonden, ook nobelprijswinnaar Tinbergen bleef dat doen – hij werd alleen nooit dronken, anderen weleens. Je zou je bij voorbaat al doodschamen om zo’n man te willen bedonderen, indien die gedachte al bij je opkwam. Die houding kreeg je vroeg aangeleerd en nam je mee. Nu is het: gesnapt? pech gehad. Er zijn tig concurrenten die mij toch als student/docent willen hebben. Over de geldprijs valt te onderhandelen. Niet dat vroeger alles perfect was, maar men heeft het kind met het badwater weggegooid, is mijn idee steeds vaker. Commodificatie, heet de grootste boosdoener. Direct daarna komen de managers, met hun ‘ mentaliteit’ en vaak verwoestende aanpak.

Op 24 april 2013 omstreeks 12:28, zei Luc D.:
In elk geval zal een paper over het paringsgedrag van de drosophila melanogaster minder aanleiding geven tot misbruik of belangen van een sponsor.

Op 25 april 2013 omstreeks 12u34, zei Jerry Mager:

@ Luc, ongetwijfeld humoristisch bedoeld, maar helaas … onderzoek aan de fruitvlieg wordt natuurlijk zwaar gesponsord door de farmaceutische clubs en dat zijn voorwaar geen kleine jongens. Ik google op ‘fruitvlieg’ en vind meteen: “ De zogenaamde bananenvlieg, oftewel de Drosophila melanogaster, is vanwege het gebruik als proefdier voor genetische experimenten het bekendste lid van het geslacht. Bananenvliegjes worden veel gebruikt bij genetische experimenten, omdat ze zich erg snel voortplanten en gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn.” U weet – dat hoop ik althans – dat hier goudgeld in omgaat? U zult met enig speurwerk vast fruitvliegen-fraude kunnen ontdekken. Waar het bij fraude om gaat, is natuurlijk het onderliggende waarden- en normen-complex. De meeste reacties – gelukkig niet alle – beperken zich zoals helaas te doen gebruikelijk tot de symptomen. We zijn heel eenvoudig te pluimen. Veel makkelijker dan de aap met het apennootje in de kalebas.

Op 24 april 2013 omstreeks 09:36, zei Jean Blanquart:
Veel erger dan de occasionele ‘fraudes’ (die in alel sectoren bestaan) is de systematische overtreding van elementaire methodologische regels die veel onderzoekers, hun promotoren en daarna de media en beleidsactoren plegen!Lukrake veralgemeningen van selecte steekproeven, verkeerde afbakeningen van steekproeven,verwarring van ‘hypothesen’ met ‘theorieën’ enz. Op deze manier verwatert wetesnchappelijk onderzoek tot een ratjetoe van publicaties waarmee vooral opiniemakers en machthebbers het gelijk steeds aan hun zijde krijgen.Uiteraard is ook dit een onderdeel van ‘perception management’ waaraan heel wat wetenschappers ook onbwust hun steentje bijdragen.Het absoluut verfoeilijk ‘publicatie- en citatencriterium’ om wetenschappelijk onderzoek te financieren,is daar slechts een exponent van, omdat je op die manier 40 versies krijgt van één onderzoek dat vaak nietszeggend en methodologisch verkeerd is!Ook dat is fraude!

Op 24 april 2013 omstreeks 12:53, zei Jerry Mager:

@ Jean Blanquart, occasionele fraude kun je nog toeschrijven aan ‘ongelukkige persoonlijke omstandigheden’ of een menselijke inschattingsfout, zwakte, enzovoorts, maar als het frauderen structureel en systematisch wordt, is degene die niét fraudeert het dutske van de maand. Onze waarden m.b.t. fraude verschuiven razendsnel. Onze waarden verschuiven sowieso. Kijk naar de bankiers. Nu gaan we er al vanuit dat ze-nu-eenmaal-de-neiging-hebben met andermans geld te speculeren. Dat hóórt er inmiddels gewoon bij. Niets aan te doen, want zij zijn immers de motor van onze welvaart en ons geluk. Je zou als bankier zot zijn om dat tegen te spreken! Terwijl ze nota bene de motor zijn van rennende waardendevaluatie! Vandaar die potsierlijke figuur met dekking tót 100.000. Een beschamend brevet van maatschappelijk onvermogen, maar tja, als iedereen het doet, wordt het normaal gevonden.

Op 24 april 2013 omstreeks 12:56, zei Bart Dierynck:
Er is continu commentaar op het gebruiken van publicaties(kwaliteit en kwantiteit)als criterium voor onderzoekskwaliteit.Het moge duidelijk zijn dat niemand dit als een perfecte maatstaf beschouwt,maar waarschijnlijk wel de best mogelijke.Elke alternatieve maatstaf heeft ook (meestal grote) nadelen.Neem studentenevaluaties:in de VS gaan professoren met studenten op cafe en trakteren ze dat het geen naam heeft om goeie evaluaties te krijgen.Neem aantal keer dat je in de media verschijnt:onderzoekers gaan dan gewoon die dingen zeggen die de media en het volk willen horen en dat is ook fraude.De enige verbetering is op langere termijn gaan meten.De impact van een onderzoeksoutput is betrouwbaarder na 10 jaar en ook studenten kunnen 10 jaar na afstuderen vaak beter oordelen of een vak nuttig was en/of goed gedoceerd werd.In Chicago worden onderzoekers ook pas benoemd na 10jaar.Probleem is dat het voor niet-topinstituten moeilijk is om die 10 jaar te hanteren als niet iedereen het doet….

Op 24 april 2013 omstreeks 13:14, zei Jerry Mager:

@Bart Dierynck, u zégt het: 10 jaar is mij dunkt een zeer bescheiden diepte-investering? Vertelt u dat eens aan de universiteitsmanagers, de ‘bewindvoerders’ van James Burnham. Docenten maken tegenwoordig vaak gebruik van software!!! om plagiaat te detecteren en dan nog …. Ze kennen 1) hun literatuur dus niet voldoende én 2) ze kennen hun studenten onvoldoende (om te kunnen inschatten of Jantje wel in staat zou zijn die paper geheel zelfstandig geschreven te hebben).

Op 24 april 2013 omstreeks 22:56, zei Marc V.:
Berucht in de geschiedenis van de antropologie zijn de onzorgvuldige verslagen van Margaret Mead over het leven op het eiland Samoa (1925-1926). Ongeveer al haar bevindingen en conclusies werden intussen tegengesproken of weerlegd. Margaret Mead getuigde bij haar wetenschapsbeoefening van een grote mate van vooringenomenheid. Er was toen nog geen sprake van economische druk op wetenschappers of van hun ‘marktwaarde’. Maar wellicht ware het toch beter geweest dat een kritisch oog over haar schouders had meegekeken. MV1

Op 25 april 2013 omstreeks 12:08, zei Jerry Mager:

@ Marc (24 april 2013 omstreeks 22u56), hier hebt u toch de melk horen klotsen, zonder dat u precies weet waar de tepel hangt. Googelt u om te beginnen John Derek Freeman over “ de Mead controverse”, daarna verdiepe u zich in de theorieën over tekstanalyse in de antropologie – monografieën en etnografieën zijn altijd producten van een waarnemer-auteur. Geen antropoloog kan twee keer aan “ dezelfde” populatie onderzoek verrichten; zij verandert q.q. haar onderzoeksobject meteen al door haar aanwezigheid als participerende observeerder. Dan is er de bias vanwege de gender van de onderzoeker (bij Mead speelde dit o.a. ook mee; objectief en waardenvrij kán niet), zijn/haar ideologische bril en natuurlijk het risico van ‘ going native’ en nog veel meer voetangels en klemmen. Ik vind stellig dat bij de studie culturele antropologie een psychoanaltyische leeranalyse en –therapie hoort. Maar, kom daar eens om bij de universiteits managers. Alles moet liefst binnen 4 jaar klaar!

Indien u zich werkelijk en serieus wil verdiepen in deze boeiende materie, grasduint u vervolgens eens in studies die de overeenkomsten/verschillen tussen antropologie (synchroon onderzoek naar andersheid) en geschiedenis (diachroon: ‘ The past is a foreign country: they do things differently there’) onderzoeken en analyseren. Daarna formuleert u misschien wat fraude volgens u, hier in de context van dit stuk van Rik Pinxten, voor implicaties ook in den brede kan hebben – kortom: u bedrijve wat comparatief onderzoek en verrijkt ons met uw inzichten. Enkele literatuur-tips en u kunt ook googelen op de auteurs: George Marcus / Michael Fisher: ‘ Anthropology as Cultural Critique’ & ‘Writing Culture ‘; Clifford Geertz: Works and Lives: The Anthropologist as Author. Richard Rorty: ‘ Consequences of Pragmatism’ . Last, but not least at all: google vooral op: Alan Sokal, 1996, Social Text, fraud.

Bakkers en bankiers
Column Joris Luyendijk (woe. 20 02)2013 in De Standaard van donderdag 21 februari 2012

# ingekort, zie De Standaard voor volledige versie

Stel dat de bakker bij u om de hoek hetzelfde verdiende als een zakenbankier; honderdduizenden euro’s per jaar. Dan zouden bij u in de buurt andere mensen ook een bakkerij beginnen, toch? Ze zien de dikke auto van de bakker en denken: ga ik ook doen. Grote winsten trekken nieuwe spelers aan, wier concurrentie de prijzen (en dus salarissen) naar beneden drijft. Dat is marktwerking.

Stel nu dat de bakker bij u om de hoek brood verkocht van dezelfde kwaliteit als de woekerpolissen of subprime-hypotheekproducten die zakenbanken de afgelopen decennia met zoveel succes wisten te slijten. Dan zou u die bakker voortaan mijden, toch? En met u de rest van de buurt. De bakker zou failliet gaan want wie slecht presteert, verdwijnt. Ook dat is marktwerking.

Dus waarom zijn de zakenbanken die een cruciale rol speelden bij de crisis niet verdwenen? Waar zijn de nieuwe zakenbanken? En waarom verdienen de mensen in die zakenbanken nog steeds zoveel geld? Als het was gegaan om giftig brood in plaats van giftige leningen zouden slachtoffers de bakker hebben aangeklaagd, en bedolven onder schadevergoedingen. De bakkerij was dichtgegooid, toezichthouders voor broodkwaliteit waren vervangen en nieuwe bakkerijen zouden met een schone lei beginnen. Na twintig maanden boren in de financiële sector lijkt me dit de centrale weeffout in het bestel: er is geen marktwerking en dus geen zelfcorrectie aan de top van de vrije markt. ( ) ( ) Terug naar ons bakkertje. Een zakenbankier anno 2013 is als een bakker die zeker weet dat hij de enige in de buurt zal blijven. Hij weet ook dat de kwaliteit van zijn waar wordt beoordeeld door een instantie die financieel van hem afhankelijk is, terwijl toezichthouders weinig begrijpen van brood en bovendien van politici te horen krijgen dat ze het rustig aan moeten doen; de mensen kunnen immers niet zonder brood. Waarom zou die bakker zichzelf geen tonnen salaris geven? Waarom zou hij geen zaagsel door het brood mengen?

Nu kun je zeggen: opbreken die handel. Maar dan stuit je op de tweede centrale weeffout in ons bestel: het financiële kartel opereert op wereldschaal, terwijl de tegenkracht moet worden georganiseerd op nationaal niveau. Ja, een land kan besluiten zijn zakenbank op te knippen. Maar dan worden de lucratieve delen opgeslokt door andere zakenbanken van elders, die daarmee nog groter worden. Dat lijkt mij de grote vraag voor de EU. Met 27 landen kun je weliswaar een vuist maken tegen het mondiale financiële kartel, maar hoe voorkom je dat de EU wordt ingekapseld en gecoöpteerd zoals is gebeurd met de Britse en Amerikaanse politiek?

Waarmee we komen op de vraag waarop de believers in globalisering geen antwoord lijken te hebben: kun je überhaupt een mondiale financiële sector hebben zonder mondiaal toezicht? En mocht dit komen, wie controleert dan weer die controleurs? ( )

Reacties

Op 21 februari 2013, zei Jerry Mager:

Wat lees ik nu!?: “Dat lijkt mij de grote vraag rond de EU: met 27 landen kun je een vuist maken tegen het mondiale financiële kartel.” Een vuist maken, als EU?! Indien dat zo zou zijn, dan waren de huidige problemen subiet van de baan en vermoedelijk nooit ontstaan! Het oude beeld van de Romeinse fasces cum securibus – o ja, die ene pijl kun je breken, maar een bos pijlen niet. Ik geloof trouwens dat de financiële sector al lang mondiaal en grenzenloos (in alle opzichten, maar vooral wat ‘greed’ betreft) opereert, vandaar de bloeiende initiatieven van regionale munten (‘Torekes’ en ‘Noppes’ en het idee van de ‘Civic’ van Lietaer). Een onwezenlijk idee, dat je via en door legaal geld toch stiekem en voortdurend bestolen kunt worden. Trouwens, bij Kruidvat en Blokker liggen de dvds over Wall Street (Michael Douglas) momenteel in de aanbieding. ‘Inside Job’ enige tijd terug ook weer.

Op 21 februari 2013, zei Luuk de Waal Malefijt:

De auteur heeft gelijk. Het geld wordt al tijden gemaakt door private instellingen wat tot inherente ongelijkheden in crises leidt. Wat hij helaas niet heeft genoemd is de oplossing hiervoor die ook in 1930 al bekend staat als het ‘Chicago plan’, dat onlangs is aanbevolen door een working paper van het IMF: neem het privilege van geldcreatie af van banken door fractioneel reserve bankieren te verbieden en zelf een schuld- en rentevrije munt in te voeren. De Ons Geld beweging beoogt dit in Nederland voor elkaar te krijgen onder de paraplu van Stichting Ons Geld. Dit is een zusterbeweging van de Positive Money beweging in Engeland, de Monetary Reform Party in Amerika, Sensible Money uit Ierland, en Monetative uit Duitsland en Zwitserland. Sluit je aan en vecht mee op www.onsgeld.nu

Op 22 februari 2013 reageert Jerry Mager op Luuk de Waal M.:

@ Luuk ik heb je website bezocht, daarop zijn enkele belangrijke documenten bij elkaar gebracht. Ziet er goed uit. Het initiatief vind ik loffelijk – net als de C1000-beweging van David Van Reybrouck. Doen je al samen? Het zal vooreerst vooral symbolisch blijven, vrees ik, want de tegenmacht van de gevestigde belangenpartijen enorm en geld is al lang een zelfstandig, industrieel vervaardigd, product geworden (NB de 14 page special in the Economist over Offhore Finance). Ndlse pensioenfondsen hebben net hun uitbetalingen verlaagd en prompt lanceert PvdA-vice-premier Asscher een campagne over contracten voor inwijkelingen – de geëigende afleidingsmanoeuvres. Goed dat ik jullie initiatief hier in DS onder ogen krijg. In Ndlse kranten kom je waarschijnlijk niet aan het woord? Een caveat: kijk naar ‘Beter Onderwijs Nederland’ en waak ervoor dat je niet net zo’n zachte dood sterft. Die vraag van D66-Pia Dijkstra op je site vind ik exemplarisch! Ik word alvast lid voor een jaar.

Op 22 februari 2013 omstreeks 11:14, zei Marlies H.:

zakenbanken met een bakker vergelijken is wel heel erg kort door de bocht, en naar mijn mening vrij populistisch. Een investeringsproduct ga je toch niet vergelijken met een consumptieproduct? Dit artikel lijkt me eerder een gevolg van innerlijke frustratie. Verboden hormonen in vlees/vis, schadelijke chemische producten in kleding, bedorven paardevlees in pastaproducten … dat is zorgwekkend, want levensbedreigend … te meer dat je niet krijgt wat je ter goeder trouw denkt te kopen, nl. veilige producten. Als cliënt bij een zakenbank weet je wat je belegging opbrengt of niet, méér, ook al is het resultaat slecht, het zal niet levensbedreigend zijn. … Indien op heden dezelfde zakenbanken als vijf jaar geleden bestaan, betekent dit misschien dat de cliënten toch niet zo ontevreden zijn. Men kan toch bezwaarlijk iemand verbieden cliënt te blijven bij een bank? Dit artikel lijkt me een drogreden om onterecht rijkdom te associëren met bedrog. De slechte rijke en de goede arme!

Op 22 februari 2013 reageert David P. op Marlies H.:

U gaat zelf ook even kort door de bocht. Waar de auteur op doelt is dat ondanks het falen/te kort komen van die sector, zij daar niet de gevolgen van dragen. De sector is immers te belangrijk en zou de hele wereld in de chaos storten. Wel, indien dit systeem dan zo’n bedreiging is voor de financiële stabiliteit, dan is het misschien beter dit beest ook fors aan de ketting te leggen. Zijzelf (op een uitzondering na) bloeden toch niet, de rest van de bevolkingen mogen dat doen. De meesten van die topbedrijven/banken hebben idd van niemand iets te duchten. Ivm die clienten van die zakenbanken: zouden dat misschien doorgaans ook niet zo van die institutionele beleggers zijn, hetzelfde type dus. Ik ben de laatste om iemands rijkdom niet te gunnen, maar wat er de laatste jaren in de financiële wereld gebeurde/gebeurd is al eens serieus op het randje en erover.

Op 25 februari 2013 reageert Jerry Mager op Marlies H.:

@ Marlies, (giftige, toxic) leningen vergelijken met en behandelen als brood gebeurt nu helaas wel, omdat de taalvervuiling álles in bedrijfs-jargon verpakt. Ook een paspoort wordt mij als product verkocht door de mevrouw achter het gemeenteloket, net als een medische ingreep of een consult. Je kunt brood, net als financiële constructen, producten noemen, maar ze natuurlijk niet op (quasi) gelijke wijze behandelen. JL laat zien dat bij brood de betekenis van product operationeel anders werkt dan bij hypotheken. Een bakker die te veel ‘zoete broodjes’ bakt, maakt het niet lang. Daarentegen kunnen de jongens en meisjes in de financiële bakkerijen ongestoord hun gang gaan met hun beunhazerij van mis-baksels (het zaagsel uit hun hoofd, is hoofdbestanddeel van hun brood). Wíj moeten nu van bijna alles zelf uitzoeken of het deugt, dat kan geen mens, en dus – zo hameren de bovenbazen ons in – nemen we onze verantwoordelijkheid niet of onvoldoende en leggen de zwarte piet terug bij ons.

door Jerry Mager
(15 juni 2012)

“Het probleem van de Nederlandse politiek is dat regeerbaarheid niet haar eerste bekommernis is. Voor politiek-bestuurlijke vernieuwing, zo blijkt, staan partijen alleen open voor zover ze op een of andere manier belang erbij hebben.”
Wim Couwenberg (2012) in: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie

“I am not a mere customer of my government, thank you … I expect something more than arm’s length trading and something less than the encouragement to consume …”
Henry Mintzberg (1996) in: Managing Government, Governing Management

“Liberalism has opposed privilege in policy formulation only to foster it quite systematically in the implementation of policy.”
Theodore Lowi (1969) in: The End of Liberalism

“Economic liberalism misread the history of the Industrial Revolution because it insisted on judging social events from te economic viewpoint.
Nowhere has liberal philosophy failed so conspicuously as in its understanding of the problem of change. Fired by an emotional faith in spontaneity, the common-sense attitude toward change was discarded in favor of a mystical readiness to accept the social consequences of economic improvement, whatever they might be.”
Karl Polanyi (2001/1944) in: The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time”

De gunstige uitkomsten die de SP tijdens de opmaat naar de verkiezingen in september in de peilingen steevast scoort, baren de gevestigde partijen zorgen. Hoewel ieder talking head de geijkte kwalificaties voor politieke barometers en peilingen ten beste geeft, zit men daar in Den Haag vermoedelijk meer en vaker op hete kolen dan de respectieve partijvertegenwoordigers willen doen voorkomen.
Vooral de establishment “bestuurderspartijen” die er volgens diezelfde peilingen dramatisch slecht afkomen, zoals de PvdA en het CDA, lijkt er veel aan gelegen de huidige voorspellingen van de peilingbureaus tenminste in september te logenstraffen. In de strijd naar de kiezersgunst trekt men van alles uit de kast om de eigen club zo voordelig mogelijk over het voetlicht te brengen, daarbij de concurrenten in de schaduw stellend.
Indien je het handig aanpakt, kun je dat in het zonnetje zetten van je eigen club ook bewerkstelligen door de concurrentie naar de afgrond te prijzen: letterlijk afprijzen dus.
Deze aanpak lijkt oud PvdA-minister Wouter Bos te hanteren in zijn column ‘Hoe flikken ze dat toch bij de SP?’ in de Volkskrant van donderdag 14 juni 2012. Tegelijk neemt hij de gelegenheid te baat om ietwat verongelijkt zijn eigen partij enkele vegen uit de pan te geven – hadden jullie mij destijds maar ruimhartig en liefst onvoorwaardelijk gesteund, hoor je Bos bijna zeggen. Het mes snijdt hier dus tenminste aan twee kanten: leek de PvdA maar meer op de SP, of toch liever niet?

” ‘Hidden antisocials’ provide material for a type of leadership which is sociologically immature. Moreover this element in a society greatly strengthens the danger that derives from its frank antisocial elements, especially since ordinary people easily let those with an urge to lead into key positions. Once in such positions, these immature leaders immediately gather to themselves the obvious antisocials, who welcome them (the immature anti-individual leaders) as their natural masters.”
Donald Winnicott (2006) in: The Family and Individual Development

Bos zet zijn afkammen van de SP in met een preteritio, dat wil zeggen dat hij beweert dat hij het eigenlijk niet over iets wil hebben terwijl hij dat juist wel doet. Bos sleept “het maoïstische verleden van de SP en de daarbij horende kadaverdiscipline” erbij om de eensgezindheid van de SP-politici in hun communicatie met de media te verklaren en noemt dat meteen flauw van zichzelf. Hadden we dat bij de PvdA ook maar, die kadaverdiscipline, hoor je Bos bijna verzuchten. Jammer genoeg gaat het er bij de PvdA veel democratischer aan toe dan bij de SP en die lovenswaardige instelling resulteert in gedrag dat partijleiders nachtmerries bezorgt, namelijk: ” dat verschillende vertegenwoordigers van de partij over één en dezelfde kwestie met verschillende , in de pers komen op een moment dat je dit slecht uitkomt.” Dit zegt meer over beperkte leiderschapskwaliteiten van de partijleider dan over tegendraadse partijgenoten.
Zo laat die eensgezindheid bij de SP zich natuurlijk net zo goed verklaren uit een gedeeld gedachtengoed, waarbij het algemene, publieke, belang voorop staat. Kennelijk is dat vandaag de dag niet langer bon ton in de Nederlandse politiek en opereren succesvolle moderne volksvertegenwoordigers als individualistische politieke ondernemertjes, die hun carrière voorop stellen en hun politieke loopbaan slechts beschouwen als een stap op de ladder van hun carrière? Bovendien schuift zo’n job als politiek bestuurder en volksvertegenwoordiger ook nog eens erg royaal en met de secundaire arbeidsvoorwaarden van het volksvertegenwoordigerschap zou menig echte ondernemer, buiten de Haagse kaasstolp, zich verlekkerd de vingers aflikken.

“interest-group liberalism”
Met name de establishmentpartijen met een lange regeertraditie hebben inmiddels een baaierd aan functies en banen geïnstitutionaliseerd die voor incrowd-partijleden zijn gereserveerd; vandaar de aanhalingstekens om “bestuurderspartij.” Wijlen PvdA’er Bart Tromp noemde zijn partij weleens een uitzendbureau voor Kamerleden, een banenmachine. Ze krijgen uiteindelijk allemaal een gematste baan en om zo veel mogelijk apparatsjiks aan een profijtelijke plek en riante beurt aan de Staatsruif te helpen, worden de fracties regelmatig ververst. Menig “politicus” baat het systeem slechts ten eigen voordele uit en bedrijft in het gunstigste geval misschien wat Theodore Lowi zo mooi als interest-group liberalism omschrijft.
Deze ontwikkeling heeft zich in Nederland alleen maar verbreed en is nu dieper dan ooit geworteld in ons maatschappelijk bestel. Het zogeheten “maatschappelijk middenveld” is het Luilekkerland voor politici en de uitgebreide politieke clientèle wanneer het om parkeerplekken aan de Staatsruif gaat.

Een illustratief voorbeeld van de koehandel in politieke benoemingen is de recente casus van VVD’er Charlie Aptroot, die luidkeels pleitte voor het ont-privatiseren van de natuurlijke monopolist de NS. Terecht dat Aptroot deze bizarre figuur aan de kaak stelde, maar ging het hem werkelijk om de NS? Misschien kunnen we in gewone mensentaal stellen dat de heer Aptroot hogerop wilde via zijn partij, maar blijkbaar kreeg hij zijn zin niet, of volgens hem niet snel genoeg, en dus schopt hij een rel rond het thema privatisering – de VVD beijverde zich in de jaren negentig voor het “privatiseren” van de natuurlijke monopolist NS. Aptroots tactiek werkt probaat, want prompt krijgt hij het burgemeesterschap van Zoetermeer toegeschoven (hoeveel gaat Aptroot er met deze nieuwe baan op vooruit?) en over de onzinnige situatie bij de NS hoor je niemand niet meer. Die onzalige constructie blijft vooralsnog gewoon doorhobbelen. Vermoedelijk zijn er te veel hoogbetaalde “managementfuncties” mee gemoeid en zou bij ont-privatisering een herverdeling van baantjes aan de orde zijn. Het VVD-management heeft kennelijk zijn les geleerd met ex-partijgenoot Wilders, die voor zichzelf begon nadat hij vermoedelijk niet snel genoeg naar zijn zin omhoog kwam op de apenrots van de VVD. Dus Aptroot werd rap bediend. Hem hoor je voorlopig niet meer.

De nogal hermetische partijcultuur bij de SP kent zijn nadelen, zoals Bos terecht opmerkt, maar een groot voordeel van zo’n relatieve beslotenheid is dat je er politieke profiteurs, baantjesjagers, avonturiers en uitvreters redelijk effectief mee weert. Onder fraai klinkende etiketten als kruisbestuiving, externe ervaring en job rotation worden maar al te vaak nijver-netwerkende- belangenverstrengelaars en paard-van-Troje-lobbyisten binnengeloodst, die hun politieke posities profijtelijk uitbaten ten eigen faveure. Kijk maar eens naar de lobbyisten in dienst van de bouwondernemers en de tabaksbonzen.

De zogenaamde democratische diversiteit waarover Bos quasi-toegeeflijk het hoofd schudt, zou weleens uit heel andere motieven kunnen voortspruiten dan de officiële lezing zo graag wil doen geloven: louter gaan-voor-het-beste in dienst van het algemeen belang naar deugdelijke democratische traditie. Zo zou je het gedrag van al die PvdA’ ers net zo goed kunnen interpreteren: waken over je eigen belangetjes en zorgen dat er geen beleid op stapel wordt gezet dat je eigen belangen, of dat van je patrons, doorkruist en frustreert.
De gang van zaken bij de SP noemt Bos “uniek” en dat pleit intussen dus allerminst vanzelfsprekend voor de gang van zaken bij al die andere partijen. De PVV valt alsnog buiten dit kader, want de politieke entrepreneur Wilders, een VVD-renegaat en de oud-mentor van premier Rutte, heeft een nieuw politiek businessmodel in de kiezersmarkt gepositioneerd: de ledenloze partij; volgens Wim Couwenberg “een symptoom van een politiek bestel in ontbinding.”

de “grote Ommezwaai” bij de SP
Hetgeen Wouter Bos en vermoedelijk ook menige andere concurrerende politieker het meeste zorgen baart, is wat Bos als de grote ommezwaai, de koerswijziging, van de SP betitelt: “het accepteren van beleid waar ze jarenlang tegen geprotesteerd had.” Deze veranderde opstelling van de SP zoals door Bos gepresenteerd zou al die andere partijen die het betreffende beleid bekostoven en uitvoeren als muziek in de oren moeten klinken, hoewel “accepteren” vermoedelijk te zwaar aangezet is. Tenzij de SP werkelijk de huik naar wind zou hangen natuurlijk, en zich naïef het moeras in zou laten trekken van medeplichtigheid aan de verdergaande verloedering van Nederland en versjtering van Europa, door: “niet langer weg te lopen voor verantwoordelijkheid,” door ook “haar nek uit te steken” en door eveneens “vuile handen te durven maken” en in het Landsbelang ” over de eigenschaduw heen te springen” – zoals PvdA-voorman Job Cohen jammerlijk deed: keer op keer als een gedresseerde poedel door de PVV-CDA-VVD-hoepel springen. Alles, om maar dicht bij “de macht” te blijven – een macht die steevast eerder onmacht blijkt.

medeplichtig aan baggerbeleid
Vanuit het Landsbelang is kwalitatief hoogstaand en deugdelijk effectief oppositie voeren tegen de verloedering van het huidige politieke bestel en maatschappelijke klimaat waarschijnlijk verre te verkiezen boven zogenaamd mee-regeren onder de reclameslogan van ” je verantwoordelijkheid nemen,” en en meer van dit soort valse kreten, waarmee je je de facto medeplichtig maakt aan bizar baggerbeleid dat Nederland slechts schaadt.
Het trieste voorbeeld van zulk treurig opportunistisch handelen leverde het CDA door met de VVD en met gedoogsteun van Wilders’ PVV een onmogelijke regering te vormen. Voor respectievelijke individuele politici stond hun carrière (“de eerste liberale premier sinds lang” en “het pensioengat” en “de opgebouwde periodieken met het oog op wachtgeld en pensioen” en “andere belangen”) waarschijnlijk voorop bij het doordrukken van deze voor ons land rampzalige figuur.

stuivertje wisselen bij stereotyperingen
Waarmee het politieke establishment vermoedelijk nog de meeste moeite heeft, is dat de door haar steevast als “dogmatisch en star” weggezette SP nu het Haagse spel mee lijkt te spelen.
Tot op zekere hoogte, mogen we hopen. Glashard liegen of 180 graden draaien, zoals menig zittend bewindspersoon tegenwoordig om de haverklap doet, is het andere uiterste, maar behendig meebewegen met en soepel inspelen op stereotypen die anderen er schijnbaar van je op nahouden, kan politiek profijtelijk uitpakken. Zo lang je zelf maar helder voor ogen hebt en houdt wat je doelstellingen zijn en wat je nastreeft.

re-framing
Wat de SP tot mijn verwondering stelselmatig heeft nagelaten en verzuimd, is het reframen van die stigmatiserende etiketten die haar door het politieke establishment werden en worden opgedrukt. Dogmatisch en star behoren vermoedelijk tot de meest gebruikte. Vooral verwonderlijk dat de SP zich dit laat aanleunen, omdat het betrekkelijk eenvoudig is om diezelfde etiketten – vaak zelfs met meer recht – op die partijen van toepassing te achten die bijvoorbeeld zo STAR vasthouden aan verworven rechten als de hypotheekrenteaftrek en die inmiddels tegen beter weten in DOGMATISCH alles blijven privatiseren wat los en vast zit. En dan het gewichtige schermen met de term BESTUURDERSPARTIJ, als verwijzend naar een partij met een lange en rijke bestuurservaring. Ik vrees dat vandaag de dag menige Nederlander de term “bestuurderspartij” toch helaas vooral leest als: plucheklevende coterietjes van zakkenvullers en kongsi’s van baantjesjagers.
In zijn column dicht Wouter Bos de SP in ieder geval een ruime bestuurlijke ervaring toe. Of ook de SP straks eventueel tot de, in de ogen van menige burger, soort van “plucheklevende politieke zakkenvullers en baantjesjagers” zal gaan behoren, is wellicht nog de meest intrigerende vraag.

legenda:

Bos, Wouter: Hoe flikken ze dat toch bij de SP? column in Volkskrant, 14 juni 2012

Couwenberg, Wim: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie // zie ook http://archief.nrc.nl/index.php/2012/Mei/22/Overig/nhnl01014/Nieuw+kiesstelsel++is+nodig+tegen+de+politieke+implosie/identify=Y (in NRC, 22 mei 2012)

Couwenberg, S.W. : Het discriminatieverbod geldt altijd, behalve bij politieke partijen.

Goffman, Irving (1974) : Frame analysis: An essay on the organization of experience. – London: Harper and Row.

Lowi, Theodore (1969): The End of Liberalism – New York; Norton

Mintzberg, Henry (1996): Managing Government, Governing Management – Harvard Business Review 20 (May/June): 75 – 83

Polanyi, Karl (2001/1944): The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time” – Boston,Mass.: Beacon Press // foreword by Joseph E. Stiglitz

suggesties:

Barzelay, Michael (2000): The New Public Management – Berkeley: TheUniv. of California Press

Kettl, Donald (2000): The Global Management Revolution –Washington,D.C.: Brookings Institution

Kettl, Donald: The Future of Public Adminstration – op internet onder http://www2.h-net.msu.edu/~pubadmin/tfreport/kettl.pdf

Osborne, David and Ted Gaebler (1992): Reinventing Government – Reading, Mass.: Allison Wesley

Winnicott, D.W. (2006/1965): The Family and Individual Development – New York etc.: Routledge, isbn13: 978 – 0 – 415 – 40277 – 4

* REAGEREN / COMMENTS naar: nel_reacties@yahoo.com *

door Jerry Mager
(13 april 2012, met kleine wijzingen in de voorgaande versie op NELpuntNL.nl)

“Wil men het begrip ‘volk’ in het geavanceerde kapitalisme definiëren dan komt men al gauw uit bij de verzameling van individuen die van buitensporige beloning verstoken blijven. Het volk is die groep van mensen die er niet op hoeven rekenen ooit voor hun loutere verschijning betaald te krijgen.”
Peter Sloterdijk (2007, 2006) in: Woede en tijd

“[O]p paradoxale wijze is het gevaarlijkste ingrediënt van het nazisme niet zijn ‘totale politisering’ van het sociale leven, maar integendeel, de opschorting van het politieke denken door de verwijzing naar een extra-ideologische kern, op veel krachtiger wijze dan bij een ‘normale’ democratische politieke orde het geval is ….”
Slavoj Žižek (1997) in: Het subject en zijn onbehagen

“Sir Thomas waved his hand. ‘The Americans are an extremely interesting people. They are absolutely reasonable. I assure you there is no nonsense about the Americans.’
‘How dreadful!’ cried Lord Henry. ‘I can understand brute force, but brute reason is quite unbearable. There is something unfair about its use. It is hitting below the intellect.’ ”
Oscar Wilde, in: The Picture of Dorian Gray

Wat ons eigenlijk nog het meest zou moeten bevreemden – of liever: verontrusten – aan de affaire Verzuimreductie is dat het voetvolk dat bij die organisatie werkt er blijkbaar geen enkele moeite mee heeft, om medeburgers telefonisch het hemd van het lijf te vragen over de meest intieme medische details en dat vervolgens te rapporteren aan ‘een chef’ (niet-)wetende wat er met die gegevens gebeurt. Blijkbaar geldt het normale taboe daar niet (meer); op z’n minst is de norm opgeschort.
De associatie van Youp van ‘t Hek met de Gestapo is hier zo’n treffende vanwege de verontrustende connotatieve context die hij oproept. Het verschijnsel is van alle tijden. Men meent simpelweg: het is gewoon een baan, werk. Vooral in deze tijden van economische crisis – intussen een vrijzwevend geobjectiveerd begrip, zonder context of causale verbanden – mag je blij zijn wanneer je werk hebt.

Of zouden er alleen robots bij bedrijven als Verzuimreductie werken? Machines die menen: dat is mijn verantwoordelijkheid niet, ik doe alleen wat mij wordt gezegd. Ik voer opdrachten uit, meer niet. Mij treft geen blaam. Lieden die nergens anders aan de bak komen en die zich gewillig voor zulk werk lenen? Gewone mensen, die ook maar doen wat hen wordt opgedragen.

Wat bijna niemand ooit betrekt bij de beschouwingen en bespiegelingen over arbeidsarrangementen als deze bij Verzuimreductie, is de funeste invloed die dit soort werk onvermijdelijk heeft op degenen die het uitvoeren; op het voetvolk dus. Om dit punt extra duidelijk te maken denke men aan de mechanisatie en industrialisering door de Duitsers van het uitroeien van de grote aantallen medemensen die zij op hun programma hadden staan. Ambachtelijk uitvoeren van dit handwerk viel zelfs voor de meest geharde SS’ers niet lang vol te houden. Ook niet na systematisch de-humaniseren van de slachtoffers. Niet alleen de slachtoffers worden respectloos behandeld, ook de werknemers die het vuilde werk opknappen zijn in de ogen van hun opdrachtgevers, de managers en werkgevers, niemendallen oftewel: quantités négligeables. Over het zelfbeeld van iemand die dit soort onzindelijk werk langere tijd doet, maken we ons liever ook geen illusies. Over degenen die er de opdracht toe geven overigens evenmin.

De rel rond de praktijken van Verzuimreductie roept dus vanzelf nog een andere vraag op: hoe is de arbeidssfeer bij de klanten van Verzuimreductie. Wat voor managers maken bij die klanten de dienst uit? Tot die klanten behoren ondermeer: thuiszorgorganisatie TSN, de Bijenkorf , V&D en La Place, Praxis en Action.
Management dat een bureau als Verzuimreductie in de arm neemt, dat kan vast niet veel soeps zijn. Ziekteverzuim is een goede en betrouwbare indicator voor management-kwaliteit. Ook die werknemers staan bij hun bazen niet bijzonder hoog aangeschreven. De neerwaartse negatieve spiraal versterkt zich dus alleen.

Tussen een manager als Marcel Welting en zijn klanten zal geen groot verschil in mentaliteit vallen te ontdekken waar het gaat om de bejegening van personeel en dus de houding ten aanzien van medemensen. Voor dergelijke managers zijn mensen hoofdzakelijk een middel en geen doel op zich. Ook de slepende conflicten in de schoonmaakbranche zijn grotendeels onder deze zelfde noemer te brengen. Van een Zorgorganisatie die zijn medewerkers aan dit soort praktijken uitlevert, hoeven we geen al te hoge pet op te hebben.

Dat topman Marcel Wenting van het bedrijf Verzuimreductie opstapt, is vermoedelijk hoofdzakelijk toe te schrijven aan reacties in de categorie column Youp in de NRC van 31 maart 2012.
Wat een BN’er als Youp van ’t Hek vindt en zegt is heden ten dage namelijk vele malen belangrijker voor dergelijke toko’s dan een aangekondigd onderzoek van Het College Bescherming Persoonsgegevens. Wie zijn dat eigenlijk en wat doen ze ook alweer? Ach, het zal wel. Nog zo’n riante parkeerplaats voor uitgebluste politici en leden van het bestuurlijk establishment.

Dat een bedrijf als Verzuimreductie ooit in zaken kon gaan, is op zich al een saillant gegeven. Wie laat er nou een toko als Verzuimreductie los op zijn werknemers? Dan kan je personeel je toch bar weinig schelen?

Topman Wenting gaat waarschijnlijk twee deuren verderop zo weer aan de slag en geen haan die er verder nog naar kraait.

Als samenleving gaan wij zorgeloos verder met het verpesten van ons leefklimaat en het demotiveren van elkaar en onszelf door ons mak te schikken in en gedwee te plooien naar arrangementen als het onderhavige. Over dit wegkijken-omdat-het-mij-niet-aangaat heeft Martin Niemöller het: “Toen de nazi’s de communisten arresteerden heb ik gezwegen; ik was immers geen communist….” Zoiets zal ons toch nooit gebeuren? Wij hebben er immers niets mee te maken, wij doen alleen ons werk, dus wat gaan die mensen ons aan. Zo’n attitude erodeert wat er bij mensen nog over is aan empathisch vermogen. Het is ieder voor zich en desnoods ten koste van een ander. Geen wonder dat lieden die inspelen op het gestaag groeiende diffuse ongenoegen en de rondklotsende rancune # in onze samenleving, steeds makkelijker en royaler scoren.

De titel van het boek van Richard Sennett vat treffend samen wat zich in onze samenleving stelselmatig voordoet: the corrosion of character. Sennetts boek is vertaald als: de flexibele mens. Linksom of rechtsom krijgen we daar op velerlei wijze en in een bonte verscheidenheid aan vormen de rekening voor gepresenteerd.

Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer
Het recent verschenen Jaarverslag 2011 van onze Nationale ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer getuigt hiervan. De Nationale ombudsman legt de vinger op volgens hem belangrijke geïnstitutionaliseerde verziekers van onze leefsfeer: de politie, het CBR, UWV, Rijkswaterstaat, CAK, IGZ, CVZ, DigiD (alleen de SVB krijgt een pluim van de ombudsman). Tel hierbij de vele gemeentelijke diensten op die als monopolist broddelwerk leveren op terreinen die raken aan het bestaansrecht van de burger en de katalysatoren van maatschappelijke rancune en ressentiment worden exponentieel verveelvoudigd. Ook in deze gevallen geldt: de uitvoerders-werknemers van betreffende overheidsdiensten zijn evengoed slachtoffer van de verloedering, omdat zij hun medeburger aan bejegening en behandelingen onderwerpen die zij zelf niet graag zouden ondervinden.

Brenninkmeijer: “De overheid als systeem slaagt er vaak niet in om voldoende rekening te houden met de menselijke factor.”
De Nationale ombudsman merkt tevens op dat voor het eerst de minister niet op zijn Jaarverslag reageert en hij vindt dat “geen goed teken.” Maar, wat zijn tegenwoordige bewindslui anders dan (vaak submiddelmatige) procesmanagers die vanwege een anonieme coterie binnen een politieke partij worden aangesteld om als interimmanager hun dingetje te doen in het kader van iets dat met recht de BV Nederland kan heten? Netwerkende passanten die na hun kunstje te hebben verricht geruisloos automatisch doorschuiven naar managementposities bij onder andere toko’s van het soort dat Nationale ombudsman Brenninkmeijer opsomt. Hoewel de uitzondering ook hier de regel bevestigt, zou manager Marcel Wenting waarschijnlijk zo als minister of staatssecretaris aan de bak kunnen; niemand die enig verschil zou opvallen.

Wat de Nationale ombudsman nog grotendeels – hoewel steeds minder – impliciet aan de orde stelt, is de rappe dé-politisering van onze politiek. Het optreden van een toko als Verzuimreductie is een symptoom – net zo’n symptoom als het vrijgeven van de tandartstarieven, het commercialiseren van ziekenhuizen en het laten rijden van treinstellen zonder sanitaire voorziening vanwege kostenbesparingen en winstmaximalisatie – van een (ik parafraseer Sloterdijk) hoogontwikkelde ‘samenleving’ van massaconsumptie die wordt gemanipuleerd middels hebzucht en gecontroleerd door afgunst-gestuurde-concurrentie. Ieder voor zich, zo luidt het devies. In Newspeak geformuleerd: iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Het idee de griffietarieve drastisch te verhogen, zodat de gang naar de rechter voor vele burgers onmogelijk wordt, getuigt van politiek-bestuurlijk onbenul en/of puur geldgericht denken.
Zo’n geldgestuurde ‘samenleving’ rekent af met alle marktincompatibele aspecten door een psychopolitiek van begeertenabootsing en calculerende hebzucht. Sloterdijk (2007: 262): “Deze verandering valt zonder een verstrekkende depolitisering van de populaties niet te realiseren, en deze depolitisering gaat per definitie gepaard met een almaar voortschrijdend betekenisverlies van de taal ten gunste van beeld en getal.”

gelijke toegang tot de rechtsmiddelen voor iedere Nederlander?
Alleen al het voornemen vanuit politiek-bestuurlijke hoek om de griffierechten – de ‘eigen bijdrage’ van de burger aan de rechtspraak – drastisch te verhogen, mag de apotheose en het dieptepunt tegelijk heten van een bestuurlijk establishment-denken dat louter instrumenteel geldgericht is. Zou de voorgenomen tariefsverhoging zijn ingegeven door bezuinigings­motieven dan getuigt dit van een huiveringwekkende simpelheid en het geen flauw benul hebben van wat democratie betekent en inhoudt. Indien – zoals sommigen menen – de verhoging van griffietarieven zijn bedoeld om burgers te beletten te reclameren tegen nadelige gevolgen van broddelbeleid vanwege (semi-)overheids-organisaties, dan zou dat getuigen van een adembenemend politiek cynisme gecombineerd met een huiveringwekkend talent voor bestuurlijk absurdisme.
Immers: je parachuteert en plempt leden van de establishment-kliek op allerlei bestuurlijke managementposities in “het maatschappelijke middenveld” en dekt hen af voor protesten en claims uit de maatschappij tengevolge van wanprestatie, door (financiële en/of procedurele) barrières op te werpen. Het mes snijdt aan twee kanten: je ‘bezuinigt’ en je maakt de burger nagenoeg monddood. Over zo’n scenario moeten we niet eens willen dromen.

In een dergelijke samenleving zouden bedrijven als Verzuimreductie tot maatstaf worden en eerst echt onbelemmerd gedijen.

vertrouwen van de burger wordt verkwanseld
Rechtsfilosofe Dorien Pessers hield in september 2006 een lezing voor de Raad voor het Openbaar Bestuur onder de titel: Goede en kwade trouw in het openbaar bestuur. Op het web moet tevens een bewerkte ingekorte versie rondzwerven, onder de titel: “Vertrouwen van burger is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm.”

Nationale ombudsman Brenninkmeijer (NRC, 7 april 2012) merkte naar aanleiding van de verhoging van de eigen bijdrage aan de rechtspraak op ‘ernstig teleurgesteld’ te zijn in de democratie. Zie ook Brenninkmeijer: “Verhoging griffierechten moet van tafel

* * * * *

LINKS en bibliografie:

# Zembla 23 maart 2012

# ombudsman Alex Brenninkmeijer in de digitale NRC van 7 april 2012 – http://digitaleeditie.nrc.nl/digitaleeditie/NH/2012/3/20120407___/1_28/article1.html
zie op deze site: Alex Brenninkmeijer: in de zachte hoek

Alex Brenninkmeijer in het Nederlands Juristenblad 20 januari 2012 (pp. 192-93): “Unitas politica.”
Het artikel op de njblog laat de laatste allinea weg. Aan het slot van het tijdschriftartikel suggereert Brenninkmeijer dat het afbreken van checks en balances in ons contsitutioneel bestel populisme in de kaart speelt.

# Peter Sloterdijk (2007 / 2006): Woede en tijd (Ndl. vertaling door Hans Driessen van Zorn und Zeit) –

# Slavoj Žižek (1997): Het subject en zijn onbehagen (Ndl. vertaling door Johan Schokker, uitgave Boom, Amsterdam/Meppel, isbn. 90 5352 345 6); in dit werk geeft Žižek (pp. 99-101, 202) onder andere zijn zienswijze op Goldhagens boek: Hitlers gewillige beulen.

# Het verhaal van Hanna Schmitz (! hoeveel Duitsers heten Schmitz?) uit De Voorlezer (2000, 1995) van Bernhard Schlink. (Ndl. vertaling door Gerda Meijerink, 2000 bij Ambo). De film (2008) gebaseerd op Schlincks boek is geschreven door David Hare en geregisseerd door Stephen Daldry.

# Dorien Pessers’ “Goede en kwade trouw in het openbaar bestuur” staat ook op deze site

# VVD-senator Sybe Schaap: Het rancuneuze gif. Opmars van het onbehagen (april 2012)
Zie voor het thema rancune in de politiek ook Fukuyama’s The End of History en vooral Sloterdijks Woede en tijd

# zie ook: Philip Zimbardo in uitzending van VPRO Tegenlicht en ‘De Derde Golf’ # nl.wikipedia.org/wiki/Die_Welle #

# Opmerkingen bij cartoon van Joep Bertrams in de Groene Amsterdammer ( http://www.groene.nl/bertrams/158-gevoelige-snaar ) naar aanleiding van de affaire Günter Grass.

door Folkert Jensma | NRC zaterdag 07 april 2012 pagina 28 – 29

Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer is, zegt hij, „activistischer” geworden. Maar verliest hij zo niet aan invloed? Raken ombudsman en politiek zo niet verder van elkaar vervreemd? Voor het eerst reageerde de minister niet op zijn jaarverslag. „Geen goed teken.”

Franz Kafka, Verzameld Werk. Wie zich aan de vergadertafel bij de Nationale Ombudsman mocht vervelen, kan er even in bladeren. Het ligt binnen handbereik, als koffietafelboek. Het is typische Alex Brenninkmeijer-ironie. Er moeten aan deze tafel heel wat bureaucratische absurditeiten zijn besproken.

Read the rest of this entry »

Islamoloog Tariq Ramadan speelt met vuur

Luckas Vander Taelen  –  de Standaard  /  zaterdag 24 maart 2012

 Mohamed Merah, de zevenvoudige moordenaar uit Toulouse, is een gefrustreerde, gedesoriënteerde Franse staatsburger. Of eerder: hij is zélf een slachtoffer, slachtoffer van de maatschappij. Zo stond te lezen op de blog van de Zwitserse islamfilosoof Tariq Ramadan.   Maar Ramadan is zélf de oriëntatie kwijt, zegt LUCKAS VANDER TAELEN.

Begin februari werd aan de ULB een lezing van de Franse sociologe Caroline Fourest over extreemrechts verstoord door roepende actievoerders. Met het onderwerp had hun luidruchtige interventie niets te maken. De militant Souhail Chichah, die assistent is aan dezelfde universiteit, had opgeroepen om Fourest het spreken onmogelijk te maken – hij beschuldigde haar van islamofobie. Dat heeft alles te maken met haar boeken, waarin ze ‘de verleiding van het obscurantisme’ aanklaagt en haar pijlen vooral richt op Tariq Ramadan.
…………  ……..  …………
Na de dramatische gebeurtenissen in Toulouse, waar de Franse politie de zevenvoudige moordenaar Mohamed Merah neerschoot, schreef diezelfde Ramadan een lang opiniestuk op zijn website. Hij probeert te achterhalen wat de jonge Maghrebijnse man dreef tot zijn weerzinwekkende daden.

Natuurlijk veroordeelt Ramadan wat Merah deed. Maar hij begint zijn analyse met te stellen dat zijn daden ‘religieus noch politiek’ waren. Hij ziet Merah als ‘een gefrustreerd Frans burger die zijn plaats en waardigheid in de maatschappij niet vond’ en daardoor ‘gedesoriënteerd’ is geraakt.

………  …………  ……….  zie De Standaard  voor volledig artikel ………….  ………

REACTIE   –   Op 25 maart 2012 zei Jerry Mager

De dader, aldus Tariq Ramadan: “fut un citoyen français issu de l’immigration avant de devenir un terroriste d’origine immigrée,’ tja, tiens, die volgorde nietwaar. Ik merk maar simpel op: als Moh. Merah niet naar Franrijk was geëmigreerd was hij daar nooit fysiek aanwezig geweest om zijn droeve daad te plegen. Dat kan niemand loochenen. Maar iemand die kinderen kwaad aandoet is voor mij dubbel gestoord. Ongeacht of hij Breivik heet of Dutroux of Merah of Jansen; volgens mij zijn ze werkelijk niet fris in de bol. TR zou er goed aan doen zijn uitlatingen in dezen op een goudschaaltje te wegen, want de coulantie en tolerantie hebben hier en nu weinig rek. Indien TR voor zijn aanhang precies zo doet wat hij Sarko verwijt – munt slaan uit het drama voor eigen gewin -, zou ik dat net zo mies en achterbaks vinden. Ik ga er maar vanuit dat noch TR noch NZ over de ruggen van die kinderen probeert te scoren.
 
Vreemd genoeg herlas ik zo’n vijf weken terug “ De vreemdeling” van Camus en daarna interpretaties van anderen van dat verhaal. O ja, over de vertaling van Camus’ Frans in het Engels bijvoorbeeld, zijn interessante dingen geschreven – ik zeg dit in verband met de ‘dubbelzinnigheid’ die TR wordt verweten – misschien is TR’s Arabisch gewoon niet zo goed? Toen gebeurde dit in Toulouse. Meursault van Camus wordt ter dood veroordeeld voor het doodschieten van een naamloze Arabier, omdat hij weigert het “spel” volgens de destijds vigerende conventies te spelen. Hij is volgens mij meer jihadist dan Merah. Ook hier die volgorde: was Meursault nooit naar Algerije (dat voor de Fransen trouwens Frankrijk was) gegaan, dan had hij ook nooit die Arabier neergeschoten. Let wel, ik trek geen één op éen parallellen, maar wat mij treft is de absurditeit als constante door de tijden heen. Extra nog, vanwege die kinderen. Misschien moet ik maar even geen Camus meer lezen.

Stemmen op Poetin (5) door Michel Krielaars
in de NRC van 07 maart 2012 

* zie de NRC voor de volledige tekst 

Of Poetin nu met 53 procent heeft gewonnen, zoals Russische verkiezingswaarnemers van Burger Waarnemer, Jabloko en Golos beweren (zie Novaja Gazeta van vandaag), of met 64 procent, zoals de Centrale Kiescommissie zegt, sowieso is hij de winnaar van de afgelopen presidentsverkiezingen. Want zelfs als je van die 53 procent alle stemmen aftrekt, die min of meer onder dwang zijn uitgebracht, dan nog blijft er een harde kern van zo’n 35 procent van het electoraat over, die echt in hem gelooft. En daarmee wint hij van alle andere presindetskandidaten.

Die kern van Poetin-aanhangers kom je weliswaar in beperkte mate tegen in Moskou en Sint-Petersburg, maar bevindt zich vooral in de provincie. Op het Manegeplein waren ze de afgelopen dagen niet te vinden, want iedere ‘Poetinaanhanger’ of Nasji-activist die daar rondliep, was toch echt alleen tegen betaling komen opdagen, het spijt me voor hen die anders geloofden.

In de provincie wordt Poetin gezien als de beste garantie voor stabiliteit en vooruitgang. Ook heeft hij daar de reputatie van de enige die het Amerikaanse beest buiten de poorten kan houden. Want als er iets de afgelopen maanden is gebleken, dan is het hoe groot het wantrouwen van Poetin jegens de Verenigde Staten is. Niet ten onrechte wordt er in veel media op gewezen dat de Oost-Westbetrekkingen moeilijke tijden te wachten staan. Dat kon je ook al opmerken uit de eerste felicitaties die Poetin ontving: van de bevriende leiders van Syrië en Iran.

Toch moet je de verkiezingsstrijd ook oneerlijk noemen. Want Poetins zogenaamde tegenkandidaten hebben – zoals door de OVSE ook is benadrukt – amper kans gekregen om een normale verkiezingscampagne te voeren. Poetin heeft de afgelopen maanden heel Rusland doorgereisd, overal grote financiële beloftes gedaan, vooral aan het leger. Als beheerder van de staatskas kan hij dat makkelijk doen. Het is de klassieke methode van presidenten uit Zuid-Amerikaanse bananenrepublieken, waarvan het huidige Rusland sinds 1996 een Europese variant is geworden. Bovendien waren de tegenkandidaten als alternatief voor Poetin in de ogen van veel Russen ongeloofwaardig, juist omdat iedereen weet dat ze marionetten van het Kremlin zijn.
……………  …………………  …………..
Hoe het Kremlin erin zal slagen die middenklasse te paciferen, wordt de grote vraag van de komende maanden. De mogelijke vrijlating van Chodorkovski, zoals gisteren door Medvedev werd aangekondigd nadat hij – met toestemming van Poetin – opdracht had gegeven om de aanklacht tegen de in ongenade gevallen oligarch opnieuw te onderzoeken, zou een eerste stap kunnen zijn. Al kan ik het me niet voorstellen dat dit gebeurt, gezien de haatdragende taal die Poetin in het nabije verleden aan Chodorkovski’s adres heeft geuit en het gevaar dat de charismatische en bij de protesterende middenklasse geliefde Chodorkovski op politiek gebied voor hem vormt. http://www.youtube.com/watch?v=xSzAcIgv9NU
………..  ………………..
De politiegeneraals, die bij de Poesjkinbiosscoop vanaf een verhoging lachend en zelfingenomen toekeken hoe hun manschappen te werk gingen alsof ze naar een slapstickfilm keken, verschilden trouwens in hoge mate van de angstige ordehandhavers in burger, die ik tijdens de betoging van 5 december zag. ,,Met een beetje geluk kunnen we nog twaalf jaar door sparen,” zei vanmorgen mijn bovenbuurman, een politiegeneraal, die net een tweede villa in Zuid-Frankrijk heeft gekocht.
……………….  ……………………..
Zaterdag wordt op de Nieuwe Arbat een nieuwe anti-Poetindemonstratie gehouden. Er mogen maximaal 50.000 mensen aan meedoen. Maar zoals het er nu naar uitziet, wordt het geen succes. Voor de protesterende middenklasse lijkt het over, wat maandagavond al te merken was aan de neerslachtigheid die in hun gelederen was waar te nemen. Zolang de olieprijs hoog staat, zitten Poetin en zijn clan goed. De behoudende Russen kunnen tevreden zijn.
De vraag is alleen hoe lang dat gaat duren. Het lijkt er namelijk op dat er onder Poetins systeem van een zich verveelvoudigende corruptie en een gebrek aan initiatief om de economie daadwerkelijk te diversifiëren er de komende jaren sprake zal zijn van stagnatie. Zeker nu Poetin een groot deel van het budget aan het leger gaat uitgeven en, zoals de bekwame ex-minister van Financiën Koedrin in september al heeft aangegeven, er over een paar jaar geen kopeke meer over is om de pensioenen van te betalen en het onderwijs en de wetenschap weer een beetje op niveau te krijgen. Ook wat dat betreft begint Rusland steeds meer op het door het Nederlandse bedrijfsleven bewonderde Chili van generaal Pinochet en buurland Wit-Rusland te lijken. Door iedereen moet daarom gehoopt worden dat Poetin de komende jaren de hebzucht van de hem omringende machtselite (voor hun namen, miljardenvermogens, familiebanden, etc. zie: http://eng.election2012.ru/reports/1/) in bedwang kan houden en er, anders dan Medvedev, in slaagt de economie van zijn land te hervormen en nieuwe oppositiepartijen een kans te geven.

REACTIES / zie de NRC voor meer reacties

Jerry Mager,  8 maart  2012

Ik begin zo langzamerhand toch ietwat balsturig te worden, omdat wij niet op Vlad Poetin en Mitt Romney mogen stemmen. Waarom eigenlijk niet? Het is tenslotte geglobaliseerd amusement. In zo’n carrouselbusje gratis door Moskou worden getourd, dat lijkt me wel wat. Ongetwijfeld komt daar een knap hand- en drinkgeldje bij, dus dat zie ik wel zitten.
De webstek Election2012 die Michel Krielaars aan het eind geeft, doet bij mij enige weemoed rijzen: waarom hebben wij zoiets niet (meer)? Bijvoorbeeld, die nieuwste ophanden zijnde parlementaire enquête over het reilen en zeilen bij de geprivatiseerde woningbouwcorporaties en hun vetverdienende managers doet me nu al gaaaapen. Weer een aantal dikbetaalde bijbaantjes voor politici die in zo’n enquête-commissie worden gemanoevreerd als beloning voor “aan de partij” bewezen diensten. Op ons aller kosten en zonder dat we daar veel resultaat en toegevoegde maatschappelijk waarde voor terugzien. Gaááháááp. (By the way, dáárom is volgens mij het PvdA-partij-establishment zo tégen samenwerking met de SP, want dan zou vriendjespolitiek rond de staatsruif weleens in schrille contrasten kunnen komen te staan)

Op de site E2012 lees ik o.a.: ”The report compiles and organizes all publicly available information on business ties of Russian Government members and their closest family. The authors carefully verified all the information using publicly available sources, including various databases, the official government registry of companies, company financial reports, and information from tax, registration and other authorities. Combining this information in one report enabled us to get a clear picture of the inter-relationship between various Government ministers’ business interests and the interests of their closest family members and friends. “

Dat is andere journalistieke koek dan wij krijgen voorgesneden. Hier berichten zich als kwaliteitskrant afficherende gazetten over een man die onder een lawine werd bedolven, op een manier die voor mij de grenzen van zowel het betamelijk als het banale meer dan eens overschreed, terwijl bijvoorbeeld over de falende managers van woningcorporaties na enkele obligate verontwaardigde stukken het stilzwijgen verder wordt bewaard. Wat wordt er van die fat cats? (bijvoorbeeld van Woonbron en Vestia). Waar gaan zulke lui met hun dure wachtgeld wonen? Ongetwijfeld in vergelijkbare negorijen als die Russische politiegeneraals. Indien ze niet alweer geruisloos aan de Staatstrog worden ingeplugd.

Geen wonder dat ik van mensen hoorde – al langer geleden trouwens – die hun optrekjes in die contreien verkochten, omdat de buurt zo achteruit kachelde vanwege de nieuwe buren.
Destijds, zo begreep ik, ging het vooral om exponenten van dat bedrijfsleven die Pinochet en Wit-Rusland zo vurig bewonderen, maar de soorten niet te pruimen nouveau riches breiden zich als een resistent virulent pestvirus in kwiek tempo uit. De wet van Gresham geldt ook voor die topos: snobistic-and-worse-neighbours drive out the nice and normal neighbours.
Een Christian Wulff krijgt als ex-bondspresident van Duitsland levenslang aan fooi uit de staatskas twee ton uitbetaald. Als dat geen perverse prikkel is, weet ik het niet. Maar de grootste heisa in de media gaat over het aantal afzeggingen van bobo’s voor de taptoe en het afscheidsfeestje die Wulff rechtens en van staatswege toekomen! Goddank. Gelukkig zijn ze buiten ons welgemanierde Westeuropa veel corrupter, want daar zijn zulke zaken niet beschaafd bij wet geregeld.
Om positief af te ronden: wat ik enigszins hoopgevend vind is dat Michel Krielaars meldt dat die Russische ordehandhavers in burger angstig zouden zijn; blijkbaar geen sadistische thugs-in-staatsdienst die voor zo’n gelegenheid uit de martelkelders van de Loebjanka (Лубянка) worden gevist en op het volk losgelaten. Zo hep elk nadeel toch z’n voordeel. Nu bij ons nog.

www.nelpuntnl.nl

Peter De Roover  in De Standaard van maandag 27 februari 2012

* zie De Standaard voor de volledige tekst

Als het van PETER DE ROOVER afhangt, is dit het laatste stukje over Europa dat op de opiniepagina’s verschijnt. Immers, debat of geen debat, het maakt toch geen bal uit.

Sla er de opiniebladzijden van de kranten op na. Schuldencrisis, problemen met de euro, Griekenland: het zijn niet de meest vrolijke thema’s, maar ze zetten wel aan tot reflectie. Er wordt over geschreven dat het een lieve lust is. Auteurs allerhande strooien de oplossingen kwistig in het rond, de ene al overtuigender dan de andere.

Waarom zou ik mijn duit niet in ‘t zakje doen, dacht ik in november. In een reeks bijdragen voor de webstek van het politieke maandblad Doorbraak buig ik me over de vraag ‘Kunnen we nog een weg uit?’ (googelen maar). Het gaat daarin over de verwrongen verhouding tussen de waarden ‘democratie’ en ‘Europese samenwerking’. De afleveringen rolden vlot uit het klavier tot de zaak in januari stokte. Een writer’s block? Nooit eerder last van gehad.

Een vrij uur kan maar één keer gevuld worden, met het lezen van een boek bijvoorbeeld. Lookbollen planten, de hond uitlaten, een lekkere tajine stoven op de houtkachel, of een pint drinken met vrienden zijn andere mogelijkheden. Een stuk schrijven voor een blog of krant ook. Tot januari deed ik dat dus over het grote thema Europa. Toen overviel me het bijzonder onbehaaglijke gevoel dat het eigenlijk niks uitmaakt of ik die dingen schrijf of niet. Ter attentie van andersdenkende collega-stukjesschrijvers die zich nu verlustigen omdat ik mijn betekenisloosheid eindelijk begin te beseffen: als het over Europa gaat, maakt het ook geen bal uit of jullie iets aan het papier toevertrouwen dan wel stevig in de drank vliegen.

…………   zie De Standaard  …………. 

REACTIES

Op 02 maart 2012, zei Jerry Mager:

De door Peter De Roover ervaren machteloosheid van de opiniestukjesschrijver zal er vermoedelijk niet door verminderen, maar toch attendeer ik hem op een recente song van Bruce Springsteen: We take care of our own.  De tekst verwijst nergens expliciet naar bankiers, bonusbandieten of meeheulende politici, maar Amerikaanse vrienden mailden mij enthousiast dat deze song natuurlijk over de financiële fielten gaat die met hun hebzucht miljoenen mensen in de narigheid gestort hebben. U kunt de lyrics duck-en (duckduckgo is een alternatief voor google, die onze gegevens schijnt te willen marketen). We take care of our own kan evengoed worden uitgelegd met: wij nemen onze eigen verantwoordelijkheid. Die neoliberale verlakkerijmantra bij uitstek, die de facto betekent: burgers, kiezers, zoek het lekker zelf maar uit. Ieder voor zich en een lange neus naar de medemens. Juist die mogelijke meerduidigheid kan deze song invloedrijk doen zijn voor de publieke opinie; veel meer dan columnisten.

PDR’s stukje over ons democratisch systeem met die veelgeprezen vrijheid van meningsuiting doet mij sterk denken aan fantoompijn of –jeuk bij mensen die geamputeerd zijn: ze voelen jeuk aan ledematen die ze niet meer hebben, net zoals wij gaan stemmen alsof we daarmee ons lot nog kunnen beïvloeden, zoals vroeger, toen democratie nog een hoog democratisch gehalte had. Dit stuk van PDR en de discussie die er rondomheen ontstond – inclusief het stuk van Steven van Hecke  – heeft mij tevens geïnspireerd om dit weekend ons seminar te wijden aan One Flew Over the Cuckoo’s Nest in combinatie met ‘De mythe van Sisyphus’ (Camus). Jack Nicholson als deviant – vooruit, als kritische columnist die indringende kanttekeningen maakt bij het systeem – die de absurditeit van het gesticht ( a ‘total institution’ vlgs. Erving Goffman) bevecht, en het meeste succes heeft wanneer hij doet alsof hij zich aanpast aan de totale krankzinnigheid. Wie zijn er in zuster Mildreds afdeling nou echt gek.

Bij het zien van de film vraag je je allengs af of de meeste en gevaarlijkste gekken niet buiten de gestichtsmuren rondlopen – en tegenwoordig als Gordon Gekko’s op het schild worden geheven, terwijl ze ons allemaal de vernieling in helpen. Je lijkt nog het beste af wanneer je je voegt naar de gekte en liefst een management-positie in het dolhuis bemachtigt, zodat je als hoofdnar tenminste kunt meebepalen wie er al dan niet bijhoren, al dan niet begunstigd, bevoorrecht of gestraft worden. Tegendraadsheid is niet erg winstgevend. Ondanks alle absurditeit om ons heen lijkt: lookbollen planten, de hond uitlaten, een lekkere tajine stoven op de houtkachel, of een pint drinken met vrienden, een effectieve manier van leven om nog enigszins ‘normaal’ in deze wereld te blijven staan. Als je dan af toe een plichtmatige column moet plegen om die levenswijze te waarborgen, lijkt me dat vooralsnog een alleszins redelijke prijs.